Gebiedsplan Alblasserwaard: De kracht zit in het collectief
Groen gras en koeien, het hoort onlosmakelijk bij de identiteit van de Alblasserwaard. ‘Negentig procent van ons buitengebied is weiland,’ weet wethouder Jan Lock. Voor hem en zijn gemeente Molenlanden is het daarom niet meer dan logisch dat ze de voortrekkersrol hebben gepakt in het gebiedsproces van de Alblasserwaard. Een proces dat volgens Aad Straathof, landbouwgedeputeerde van Zuid-Holland, een inspiratiebron kan zijn voor de rest van de provincie en zelfs voor het hele land.
Vasthouden aan wie we zijn
In een gebiedsproces – uitgevoerd in het kader van het Provinciaal Programma Landelijk Gebied - gaan overheden, ondernemers, maatschappelijke organisaties en burgers met elkaar op zoek naar een aanpak om de opgaven voor natuur, stikstof, water en klimaat in samenhang op te pakken. Per gebied wordt bekeken wat de mogelijkheden zijn. Voor wethouder Lock is duidelijk dat het behoud van een vitale veehouderij centraal moet staan in het gebiedsproces van de Alblasserwaard. ‘We willen vasthouden aan wie en wat we willen zijn. Maar de context verandert dus moet je nadenken over hoe je daarin meebeweegt. Wat kunnen wij als eerste overheid doen richting de andere overheden? Hoe kunnen we een rol pakken als ambassadeur voor het gebied en voor de melkveehouderij? Constructief en positief.’ ‘Zoals Jan erin zit, is niet representatief voor alle gebiedsprocessen,’ weet Aad Straathof. ‘Jan representeert een gemeente met een groot agrarisch stempel. Hij kent de taal van de boeren en loopt niet weg voor de lastige kwesties. Altijd met de maatschappelijke opgave als leidraad.’
Diversiteit is kracht
Eenzelfde nabijheid tot de boeren ziet Jan bij Groene Cirkels Kaas en Bodemdaling. ‘In, uit en van het gebied’, zo kenschetst hij het netwerk. ‘Die lokale worteling is belangrijk. Vanuit het perspectief van het gebied onderzoeken de partners in de Cirkel hoe we complexe opgaven kunnen oplossen. Daar ligt de focus van het netwerk. In die focus op onderzoek ligt hun kracht.
Laten ze wegblijven van beleid, uitvoering en politiek.’ ‘Het netwerk is echt van het gebied,’ valt Aad bij. ‘Dat is dé sleutelfactor voor impact. Het werkt omdat de partners één zijn met het gebied; daar snakt de agrarische sector naar. Een ander sleutelwoord is collectief. Dat is overigens makkelijker gezegd dan gedaan; de collectiviteit van de boeren wordt elke dag op de proef gesteld door de uitdagingen waarvoor ze staan. Boeren zijn vakgenoten, maar kunnen ook concurrenten zijn.’
‘Dat gaf in het begin van het gebiedsproces best spanning, herinnert Jan zich. ‘Bedrijfsvoeringen verschillen van elkaar en daar vinden ze wat van. Maar ze vinden ook dat we als gebied die opgaven moeten aangaan en dan hebben we het natuurlijk vooral over het stikstofprobleem. Dat kan alleen als we gebruikmaken van de collectiviteit; als we juist die diversiteit van de bedrijven tot kracht maken.’
In staffels
Tijdens de boerenavond die geregeld wordt georganiseerd voor de stakeholders in het gebied, is de collectieve aanpak in stemming gebracht. Jan Lock: ‘Twee derde stemde voor en ook de twijfelaars gaven aan dat als dit de uitweg is uit het stikstofprobleem we in die richting moeten voortgaan. Die richting houdt in dat er voor de reductie van ammoniakemissie één opgave is geformuleerd voor het gehele gebied. Dat wordt tot 2030 in vijf opeenvolgende staffels opgepakt. Elke staffel is een coöperatie van 50 tot 70 boeren die met elkaar een verbintenis aangaan voor die stikstofreductie. De Gebiedscommissie monitort de resultaten. Op basis van de stikstofopgave kunnen ook de andere werkpakketten (zoals bodemdaling, waterkwaliteit, biodiversiteit) worden opgepakt. Maar stikstof staat op 1. Als daaruit vergunningen vrijkomen kunnen die andere werkpakketten ook verder uitgevoerd worden. Alle gebiedspartners, ook de natuurorganisaties, hebben hun vertrouwen in deze aanpak uitgesproken. We zitten nu in de fase: hoe geven we het zo vorm dat het goed landt bij de Raad van State, dat onze aanpak zo robuust is dat het standhoudt bij de rechter.’
Focus op boeren
Voor deze aanpak is uiteraard geld nodig. De wethouder zou graag zien dat de gelden die de provincie ontvangt vanuit het Rijk daarvoor beschikbaar komen. Dat kan de gedeputeerde op dit moment van schrijven niet toezeggen. ‘Ik vind het wel heel inspirerend! Ook voor andere gebiedsplannen in de provincie en zelfs nationaal. Want als ik iets wil is het dat de boeren weer meer focus kunnen hebben op waarom ze boer zijn; omgaan met de elementen, trots zijn op hun bedrijf. We komen te vaak bij boeren die zo bezig zijn met de problemen rond stikstof dat het niet meer over het primaire vak gaat. Leg de verantwoordelijkheid voor de opgaven neer bij de boeren; in al hun diversiteit in omvang, in bedrijfsvoering, in stijl. Elke boer weet dat stikstof geen doel op zich is, dat ze werken met levende natuur die je moet respecteren. Natuurlijk is het lastig dat we binnen die context veel van ze vragen. Maar het kan als wij samen, de overheid voorop, voor duidelijke kaders, data en transparantie zorgen.’