Het bijenlandschap buzzt in de Haagse ambassadebuurt
Binnen Groene Cirkels Bijenlandschap werken overheden, kennisinstellingen, organisaties en bewoners samen aan een aaneengesloten bijenlandschap waarin bestuivers de ruimte krijgen. Lag het initiatief bij de start van de cirkel bij de Omgevingsdienst West-Holland - inmiddels doen alle vijf Zuid-Hollandse omgevingsdiensten mee. Britt van der Linden, adviseur duurzaamheid bij Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) vertelt wat haar organisatie doet voor de wilde bijen en vooral waaróm. Zo is de ODH bezig met de tuin van de residentie van de Franse ambassadeur en heeft ze omliggende ambassades en het Vredespaleis ook weten te interesseren om hun tuinen bijvriendelijker te maken. Net als de burgemeesters in Haaglanden die willen onderzoeken hoe hun gemeente kan bijdragen aan een aaneengesloten bijenlandschap.
Biodiversiteit is geen bijzaak
Britt is zelf ook een bezige bij en promoot actief biodiversiteit; een relatief nieuwe tak van sport bij de ODH. ‘Duurzaamheid wordt vaak als containerbegrip gebruikt: alles wat aan “toekomstbestendig” raakt noemen we gemakshalve duurzaam. Maar duurzaamheid is geen add-on, geen extraatje. Het is een rode draad in een strategie. Zo ook voor biodiversiteit. Dat is nog een minder belicht onderwerp in het duurzaamheidslandschap - iedereen heeft het altijd over de energietransitie of circulariteit. Maar biodiversiteit is minstens zo belangrijk. Als we dat niet beseffen missen we hoe alles met elkaar in verbinding staat. Bijvoorbeeld: zonder bestuivers hebben we geen voedsel. We lopen allemaal naar de supermarkt en denken dat de schappen vanzelf vol raken, maar achter die ogenschijnlijke vanzelfsprekendheid zitten bijen en andere insecten. Dat besef is er nog lang niet bij iedereen.’
Geen mediterrane sferen
Als partner in Groene Cirkels Bijenlandschap heeft ODH verschillende ‘bijeninitiatieven’ in het leven geroepen. Zoals bij de Residentie van de Franse ambassadeur aan de Haagse Tobias Asserlaan. ‘Men wilde in de tuin van de ambassadeurswoning een bijenlandschap inrichten. De Franse beheerder had mediterrane sferen in z’n hoofd, maar dat werkt niet in Den Haag; we willen hier inheemse soorten. Daarom hebben we EIS Kenniscentrum Insecten gevraagd om een terreingericht advies te maken. Op 21 april presenteren we de uitkomsten tijdens een receptie voor onder andere de omliggende ambassades, het Vredespaleis en de burgemeesters uit Haaglanden. Zo laten we zien hoe je een bijenlandschap kunt vormen en waarom dat van belang is. Het zou fantastisch zijn als alle percelen in de ambassadebuurt één aaneengesloten bijenlandschap gaan vormen.’
Een interessante uitkomst uit het EIS-onderzoek is een misvatting die velen hebben over honingbijen. Aldus EIS Kenniscentrum Insecten: ‘In de tuin staan honingbijenkasten. Bijen in kasten moeten beschouwd worden als huisdieren en er kan sprake zijn van een schadelijk effect op inheemse bestuivers door concurrentie tussen de soorten. Neem dit mee in de beslissing over het plaatsen van bijenkasten.’
Slimme combinaties
De beheerder van de tuin van het Vredespaleis – zes hectare groot, vergelijkbaar met twaalf voetbalvelden!- was ook geïnteresseerd in het inrichten van een bijenlandschap. De uitdaging bij dat soort tuinen zit in de verschillende functies. Bij de entree van het Vredespaleis wil je bijvoorbeeld een mooie siertuin voor recepties en andere officiële ontvangsten. ‘Het is een misverstand dat een bijenlandschap per definitie een wat rommelige tuin zou zijn,’ aldus Britt. ‘Je kunt prima een representatieve tuin inrichten met biologische en inheemse planten en ruimte voor biodiversiteit. Aan de achterkant kun je dan een stuk tuin zo inrichten dat er voldoende nestgelegenheid is voor de bijen. Dat hoeft geen verwilderd stukje grond te zijn; het gaat om slimme combinaties.’
Zoeken naar balans
Een ander project is de Stadstuin Rusthout in Leidschendam-Voorburg, naast de Mall of the Netherlands. ‘Dat is een multifunctionele stadstuin, grotendeels gericht op kinderen, onder andere met kinderboerderijdieren en honingbijen. Ze wilden daar graag ook meer doen voor de wilde bijen. Samen met Miep Munninghof, programmamanager Groene Cirkel Bijenlandschap, hebben we gekeken wat beter kan: minder herhaling van dezelfde fruitbomen en minder hortensia’s. Meer variatie en inheemse struiken. De vijveroever minder steil maken, en ‘loze’ stukken een ecologische functie geven. We zoeken hier steeds naar de balans tussen beleving voor bezoekers en natuurwaarde.’
Om terreinbeheerders op weg te helpen, wijst Britt op bestaande hulpmiddelen als terreingerichte adviezen en bloeikalenders zoals die van IVN. ‘Met dit soort tools kun je stap voor stap toewerken naar het hele jaar door bloeiende planten en voldoende schuil- en nestplekken voor bijen en andere insecten. Je hoeft het wiel echt niet telkens opnieuw uit te vinden.’
De komende tijd staat er nog van alles op de rol in Haaglanden. ODH verkent onder meer met verschillende gemeenten nieuwe pilotgebieden. Britt: ‘Mijn ambitie is dat biodiversiteit in ons werk en in de regio niet langer een bijzaak is, maar een uitgangspunt. Binnen Groene Cirkels Bijenlandschap vormen we samen een netwerk dat laat zien: wat goed is voor wilde bijen, is uiteindelijk goed voor de hele regio en haar inwoners. Een win-win wat mij betreft.’
Stadstuin Rusthout biedt verschillende mogelijkheden voor voedsel en nestelplekken voor wilde bijen. Op 6 juni organiseert Stadstuin Rusthout samen met Velt, een organisatie voor ecologisch tuinieren, een open dag in haar tuin. Een vertegenwoordiger van het Groene Cirkel bijenlandschap is aanwezig om meer te vertellen over het bijenlandschap.