Living Lab: proeftuin voor biodiversiteit
De Alblasserwaard-Vijfheerenlanden was ooit een landschap vol nationaal erfgoed, gevormd door water, mens, natuur en vee. Maar door intensivering van de landbouw en ontwatering in het veenweidegebied is de biodiversiteit hard achteruit gegaan. Om dat tij te keren is actie nodig, en om de juiste acties te bedenken is onderzoek nodig. Niet alleen binnen de muren van de wetenschap, maar juist in en met de praktijk - samen met boeren, bewoners, ondernemers, natuurorganisaties en overheid. Liefst zo lokaal mogelijk. Daarom is Groene Cirkel Kaas en Bodemdaling gestart met het Living Lab. Een Living Lab is geen klassiek onderzoeksproject, maar een proeftuin: dat levert andere kennis op dan wetenschappelijke kennis die vaak lastig is te vertalen naar wat de mensen in een gebied echt willen en nodig hebben.
De droom dichterbij brengen
Vanuit het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (nu LVVN) werd gezocht naar manieren om biodiversiteitsherstel in de praktijk te onderzoeken en te versnellen. Dat was mede ingegeven door de wens om het nationale Deltaplan Biodiversiteitsherstel te ondersteunen. Het leidde in 2021 tot drie Living Labs, waaronder die in de Alblasserwaard. ‘Voor ons was meteen duidelijk dat we dat onder wilden brengen bij Groene Cirkel Kaas en Bodemdaling, want dat is al een samenwerking van bedrijfsleven, overheid en wetenschap,’ aldus Judith Westerink, senior-onderzoeker bij Wageningen University & Research. ‘In de cirkel werken we onder andere aan ruimte voor biodiversiteit en nieuwe verdienmodellen. Het Living Lab werd hieraan verbonden om die droom dichterbij te brengen.’ Het project is gefinancierd door NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) en uitgevoerd door een consortium van onder andere Naturalis, Wageningen University & Research, Erasmus Universiteit en Aeres Hogeschool.
Geen klassiek onderzoeksproject
Een Living Lab is geen traditioneel onderzoeksproject, maar een gezamenlijke zoektocht van wetenschap, beleid en praktijk. Judith Westerink: ‘In vergelijking met de andere living labs hebben wij minder gefocust op wat je in het veld direct aan maatregelen voor de biodiversiteit kunt doen. We weten al – mede uit projecten van Groene Cirkel – wat nodig is voor bijvoorbeeld kruidenrijk grasland en voor weidevogels. Daarom hebben we meer gekeken naar de randvoorwaarden: wat is er nou nodig zodat boeren aan biodiversiteit kunnen werken? Want om te snappen waarom de huidige inspanningen weinig effect hebben, moet je kijken naar het totale systeem.’ William Voorberg, onderzoeker bij Naturalis, vult aan: ‘Belangrijk is dat je in een Living Lab andersoortige kennis verkrijgt dan de gebruikelijke wetenschappelijke kennis die vaak lastig is te vertalen naar wat mensen die in een gebied wonen en werken echt willen en nodig hebben.’
In het Living Lab Alblasserwaard was het uitgangspunt dat de boeren in het gebied best warm liepen voor het biodivers beheren van sloten en slootkanten; dat was duidelijk geworden uit een enquête en een voorstel dat door boeren zelf was gedaan. Toch waren nog weinig sloten biodivers. Om erachter te komen waar de belemmeringen zitten heeft William Voorberg participatory system mapping (PSM) ingezet.
PSM is een manier om een ingewikkeld vraagstuk inzichtelijk te maken: ‘Je brengt in kaart welke factoren van invloed zijn, in dit geval het biodivers inrichten van sloten en slootkanten. Daar kwam een complex web van factoren uit naar voren: samenwerking tussen boeren en waterschap, cultuur van wat schoon en mooi is, identiteit van boeren, motivatie voor natuur en betalingen voor ecosysteemdiensten spelen allemaal een rol. Op basis daarvan hebben we minder gekeken naar wát je moet doen in het veld, en meer naar die randvoorwaarden. Oftewel: wat moet er veranderen zodat boeren de stappen naar biodiversiteitsherstel überhaupt kunnen zetten?
Verkenning naar landschapsfonds
Een van de belangrijkste uitkomsten: het huidige systeem beloont boeren en grondeigenaren nauwelijks voor biodiversiteit. Judith Westerink: ‘Er is simpelweg geen goede betaling voor ecosysteemdiensten. Collectieve actie is nodig van leveranciers van die diensten (die daar kosten voor maken) en degenen die daar baat bij hebben: burgers en bedrijven. De deelnemers aan het Living Lab kwamen zelf met het idee van een landschapsfonds.’ Via zo’n landschapsfonds kunnen bedrijven, gemeenten en burgers geld bundelen waarvoor boeren en terreinbeheerders landschaps- en ecosysteemdiensten kunnen leveren tegen vergoeding. Bijvoorbeeld het onderhouden van sloten en slootkanten, het maaien en beheren van stukken natuurgrasland en het planten en knotten van wilgen. Om de haalbaarheid van zo’n gebiedsgericht landschapsfonds te verkennen, stelt de provincie Zuid-Holland subsidie ter beschikking.
‘Dat is ook een voordeel van de inbedding van het Living Lab in Groene Cirkels Kaas en Bodemdaling: het Living Lab is bijna afgerond, maar gemeente Molenlanden - een voortrekker in het gebiedsproces van de Alblasserwaard – pakt het verder met ons op en ook de subsidie van de provincie is belangrijk om de ontwikkeling van het fonds door te zetten.’
Dankzij de langjarige samenwerking binnen Groene Cirkel Kaas en Bodemdaling stopt het werk dus niet nu het Living Lab afloopt. Nieuwe initiatieven bouwen voort op geleerde lessen en ervaringen. William Voorberg: ‘Het mooie van Groene Cirkels is dat het een duurzame samenwerking is. We blijven werken aan dezelfde droom: een landschap waar biodiversiteit, landbouw en gemeenschap hand in hand gaan.”
Bekijk ook het NWO-filmpje dat de lessen uit het Living Lab samenvat.